Rookdoorlatendheid van constructies

Contactinformatie

Om verspreiding van rook in een gebouw tegen te gaan, worden in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) eisen gesteld aan de weerstand tegen rookdoorgang (WRD). Deze eisen worden uitgedrukt in de klassen Ra en R200. Alle constructieonderdelen die aanwezig zijn in een dergelijke scheiding moeten voldoen aan respectievelijk Sa of S200. Dit is de rookdoorlatendheid bij omgevingstemperatuur (Sa) of bij verhoogde temperatuur (S200).

 

Rookdoorlatendheidstesten

De rookdoorlatendheid van een constructieonderdeel, zoals een deurconstructie, wordt bepaald door het uitvoeren van een test op de zogenaamde ‘rookkast’. Dit is een luchtdichte testkast die op druk gebracht kan worden. Voor de S200-beproeving wordt de kast ook elektrisch verwarmd naar 200 °C. Vanuit één zijde wordt overdruk gecreëerd op het proefstuk. Daarbij wordt het lekdebiet bij drie drukverschillen (10, 25 en 50 Pa) bepaald.

Wij voeren rookdoorlatendheidstesten uit voor de volgende constructieonderdelen:

  • Deuren, ramen en te openen delen (EN 1634-3)
  • Doorvoeringen en lineaire naden (NEN 6075)
  • Overige constructieonderdelen (zoals wandcontactdozen) in een scheiding (NEN 6075)
  • Kaal scheidende bouwdelen (NEN 6075)

 

Uitbreiding van het toepassingsgebied van deuren, ramen en te openen delen is mogelijk door het opstellen van een Extended Application (EXAP) volgens EN 15269-20. De testresultaten van deuren, ramen en te openen delen worden geclassificeerd volgens EN 13501-2. Neem voor vragen contact op met één van onze projectleiders.