Met het plan voor de Monarch IV wil het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) een houten kantoorgebouw realiseren van bijna 75 m hoog. Op verzoek van het RVB hebben we een windtunnelonderzoek uitgevoerd voor de bepaling van de globale en lokale windbelasting op dit nieuwe Rijkskantoor in Den Haag. De uitvoering van dit onderzoek in een vroege ontwerpfase was relevant vanwege de relatief onbekende dynamische eigenschappen van houtbouw onder de aanstroming van wind. Voor het beoordelen van de versterking van de windbelasting door turbulentie werd de bepaling van een nauwkeurig belastingspectrum (situatie en gebouw specifiek) dan ook noodzakelijk geacht.

Naast de bepaling van de windbelasting op de Monarch IV, is ook onderzocht wat het effect van de nieuwe houthoogbouw op de elementen van de nabijgelegen omgevingsbebouwing zal zijn.
Voor de uitvoering van het onderzoek is een model van de Monarch IV en de nabije omgeving vervaardigd met de schaal 1:200. Conform richtlijnen uit de CUR-Aanbeveling 103 zijn vervolgens metingen verricht in onze atmosferische grenslaagwindtunnel voor 24 verschillende windrichtingen. Zo is bijvoorbeeld een situatie met omgevingsbebouwing als met afgeknotte omgevingsbebouwing onderzocht om de windbelasting te bepalen die verwacht kan worden gedurende de levensduur van de toren. In de toekomst kan (een deel) van de omliggende bebouwing immers gesloopt worden. De resultaten mogen worden gebruikt ter vervanging van de generiek voorgeschreven windbelastingen in de Eurocode, de NEN-EN 1991-1-4.
In het onderzoek zijn gemeten:
De bepaalde krachten en momenten op de hoofddraagconstructie zijn gerapporteerd voor de 24 gemeten windrichtingen en zijn uitgewerkt in verdiepingslasten. Met de belastingverdeling over de hoogte kan de constructeur een efficiënt ontwerp van de toren realiseren. Bovendien zijn met de meetgegevens voor de Monarch IV, situatie specifieke windbelastingspectra bepaald waarmee dynamische factoren c_d zijn uitgewerkt.
De lokale windbelastingen zijn uitgewerkt met inachtneming van windrichtingsfactoren zoals voorgeschreven door de CUR-Aanbeveling 103. Dat wil zeggen dat rekening wordt gehouden met de statische windkracht van bijvoorbeeld westenwind t.o.v. oostenwind, windrichtingsafhankelijkheid. De lokale windbelastingen zijn uitgewerkt in volle schaal winddrukken en winddrukcoëfficiënten per meetpunt. Deze resultaten kunnen worden gehanteerd door gevelbouwers en andere ontwerpers/aannemers om de mechanische bevestiging van gebouwelementen te dimensioneren.
Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met de constructeurs van het RVB. Samen zijn keuzes gemaakt voor meetpunten en aandachtlocaties in de omgeving om de modebouw te optimaliseren en de resultaten aan te sluiten op de werkzaamheden van het ontwerpteam.
Dankzij het windtunnelonderzoek is een realistisch beeld verkregen van de werkelijke windbelasting. Dit maakt slimme ontwerpkeuzes en efficiënt materiaalgebruik mogelijk, waarmee meer zekerheid over het gedrag van het gebouw én de impact op de omgeving wordt verkregen.
Op het moment van schrijven wordt in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf wordt het ontwerp verder uitgewerkt en gerealiseerd door verschillende marktpartijen. Als de omgevingsvergunning wordt verleend, kan de bouw naar verwachting in 2026 van start gaan.
Om je zo goed mogelijk van dienst te zijn, maken we gebruik van cookies. Hiermee slaan we informatie op of openen we gegevens op je apparaat. Met jouw toestemming kunnen we bijvoorbeeld anonieme statistieken verzamelen over het gebruik van onze site.
Als je liever geen toestemming geeft of je voorkeuren later aanpast, is dat helemaal oké. Houd er dan wel rekening mee dat sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed werken.