De wijzigingen in de NTA 8800, BRL 9500, BRL 9501 en de ISSO-opnameprotocollen zijn inmiddels enkele weken van kracht. De eerste energieprestatieberekeningen en energielabels worden inmiddels opgesteld volgens de nieuwe systematiek. De wijzigingen laten zien dat de beoordeling van gebouwen zich steeds minder richt op één enkele prestatie-indicator en steeds meer aandacht heeft voor de samenhang tussen energiegebruik, installaties en klimaatimpact.
Een zichtbare wijziging is de introductie van de nieuwe labelklasse A0, bedoeld voor gebouwen die voldoen aan de uitgangspunten van emissievrije gebouwen. Daarnaast is een nieuwe indicatieve berekening voor Zero Emission Buildings (ZEB) opgenomen. Deze indicator heeft nog geen directe juridische gevolgen, maar geeft inzicht in de richting waarin de Europese regelgeving zich ontwikkelt.
Ook innovatieve technieken krijgen een nadrukkelijkere plaats binnen de bepalingsmethode. Zo worden energieopslag en gebouwautomatiserings- en controlesystemen (GACS) expliciet meegenomen in de beoordeling. Vooral voor grotere utiliteitsgebouwen neemt het belang van GACS toe. Op grond van de EPBD gelden voor bepaalde utiliteitsgebouwen inmiddels verplichtingen voor dergelijke systemen, bedoeld om gebouwinstallaties beter te monitoren, aan te sturen en te optimaliseren. De aangepaste NTA 8800 sluit hier nu op aan.
Daarnaast is de onderliggende rekenmethodiek op diverse onderdelen aangepast. Zo zijn onder meer de emissiecoëfficiënten voor verschillende energiedragers geactualiseerd. Voor opdrachtgevers die sturen op CO₂-reductie en klimaatdoelstellingen kan dit van invloed zijn op de gerapporteerde operationele broeikasgasemissies van gebouwen, ook wanneer het gebouw zelf ongewijzigd blijft.
De eerste ervaringen laten zien dat optimalisatie op één onderdeel niet automatisch leidt tot de beste totale duurzaamheidsprestatie. Maatregelen die de energieprestatie verbeteren, zoals extra installaties of zonnepanelen, kunnen tegelijkertijd invloed hebben op de materiaalgebonden milieu-impact van een gebouw. Dit vraagt om een meer integrale benadering van ontwerp en advisering.
De gewijzigde systematiek introduceert daarnaast de indicator Whole Life Cycle Global Warming Potential (WLC-GWP). Deze indicator beschrijft de klimaatimpact van een gebouw over de gehele levenscyclus, inclusief materiaalproductie, bouw, gebruik, onderhoud en sloop. De uitkomst kan momenteel al worden geregistreerd bij de registratie van het energielabel en zal vanaf 2028 voor nieuwe gebouwen groter dan 1.000 m² een verplicht onderdeel worden van de Europese rapportageverplichtingen.
Hoewel WLC-GWP geen directe invloed heeft op de BENG-score of de labelklasse, zijn beide wel sterk met elkaar verbonden. De totale klimaatprestatie van een gebouw wordt bepaald door een combinatie van energiegebruik, materiaalgebruik en levensduur. WLC-GWP maakt deze samenhang inzichtelijk en ondersteunt daarmee een bredere afweging van duurzaamheidsmaatregelen.
Voor adviseurs, ontwikkelaars en gebouweigenaren betekenen deze ontwikkelingen dat onderwerpen als energieprestatie, gebouwintelligentie, energieopslag en milieuprestatie steeds sterker met elkaar verbonden raken. De beoordeling van gebouwen richt zich daarmee steeds minder op één afzonderlijke prestatie-indicator. Energieprestatie, bouwfysica, materiaalgebonden milieu-impact en toekomstige klimaatdoelstellingen groeien verder naar elkaar toe, waardoor een integrale benadering van duurzaamheid belangrijker wordt dan ooit.
Om je zo goed mogelijk van dienst te zijn, maken we gebruik van cookies. Hiermee slaan we informatie op of openen we gegevens op je apparaat. Met jouw toestemming kunnen we bijvoorbeeld anonieme statistieken verzamelen over het gebruik van onze site.
Als je liever geen toestemming geeft of je voorkeuren later aanpast, is dat helemaal oké. Houd er dan wel rekening mee dat sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed werken.